Vroegah, vroegah toen rugby nog makkelijk was en rucks een gelegenheid om met z'n allen op de bal te gaan liggen uitrusten. Meestal kon dat zonder enige problemen; de aanvaller legde net zoveel vlees op de bal als de verdediger. Mauls waren geen haar beter; die werden naar beneden getrokken en dan begon het stapelen opnieuw. Lachen, gieren, brullen. Aan het televisiepubliek dacht toen nog geen hond, en als iemand dat wel deed, dan wist ie zich getroost door het feit dat de verdedigers met zoveel mogelijk man de ruck in probeerde te duiken op de bal te gaan liggen dat er gaten zo groot dat een walrus met polio er achterwaarts nog een break kon maken. Het was allemaal vrij onschuldig. Oppassen hoefde je pas als de bal in je eigen 22 kwam. Als je dan op de bal ging liggen kon je nog wel eens een korrigerende aktie verwachten. Spelers die dat deden waren moedig of stom (wat vaak hetzelfde is), dus dat deden alleen props. Eigenlijk was dat ook gewoon het hele verschil tussen derde en eerste rijers. Derde rijers gingen op de bal liggen in de tegenstander hun 22 (ze liepen toendertijd niet in de weg; ze lagen in de weg), eerste rijers gingen op de bal liggen in hun eigen 22. Tweede rijers gingen gewoon overal op de bal liggen. Het was een tijd dat God nog van alles had verboden, maar geen hond trok zich er wat van aan.
De openingspot op het toernooi van Wageningen was dan ook een aangename verrassing voor de veteranen; het leek wel alsof de klok 25 jaar terug was gezet. Alleen had niemand ons dat verteld. Dus na stapels paarse shirst op de bal, een handvol opzettelijke knock-ons en een fiks aantal andere voetbalstreken, werd de jongelui van Wageningen kort uitgelegd dat de regels (sorry: the laws) in de afgelopen jaren ietwat zijn aangepast.
Na de wijze les mocht Tom zijn heimelijke ambitie waarmaken op de prop en werd het toch nog een leuke wedstrijd. AAC maakte drie tries met fijne runs door het midden en Wageningen kwam twee keer terug met diepe kicks en de vuige inzet van snelle lopers.
De tweede wedstrijd mochten we spelen tegen onze vrienden van de USRS. Ondanks de goede sfeer waarin deze pot werd gespeeld, vielen er aan beide kanten een aantal spelers uit door lullige blessures. Daar was natuurlijk niemand blij mee (al was Erik best te spreken over het feit dat hij naar de voorwaartsen mocht toen Johan een keer te hard stuiterde op zijn knie), maar een en al komplimenten aan de hooker van USRS die ondanks pijn aan zijn schouders door wilde spelen als de scrums uncontested werden. Dat leek een bonus voor de Utrechtse studenten, want tot dan toe was de scrum nou niet het sterkste deel van hun spel. Het bleek echter een zegening met donkere randjes, want nu kon de front 5 van AAC zich vermaken met rondrennen met de bal in de hand. Na een half dozijn van dit soort eskapades en evenvele tries, was het verzet van de USRS gebroken en de wedstrijd gewonnen.
Intussen was Scunthorpe gearriveerd en maakten gehakt van de USRS en Wageningen met een spelletje dat niet een beetje leek op dat van AAC VVV. Sterker nog; het leek wel alsof we naar onszelf keken, alleen dan met lelijke shirts. De laatste wedstrijd van de dag was tegen Scunthorpe. Uitstekende planning van het wedstrijdsecretariaat want het was een echte finale van het toernooi. AAC drukte de eerste en de laatste try en als Scunthorpe er niet drie tussenin had gemaakt, hadden we de wedstrijd en 't toernooi gewonnen.
Dient nog vermeld te worden dat het spelen van drie potten een aantal van de veteranen ietwat te veel was geworden en dat we uitstekende aanvulling kregen van Wageningen. Hoedje!
Na de wedstrijden werd het tijd voor douchen en gezelligheid. Dat kan je wel overlaten aan de mannen en vrouwen van Wageningen. Iedere spreker werd toegezongen. Er schijnt meer dan voldoende bier aanwezig te zijn geweest. We kregen een schitterende trofee en gaven een prachtig schildje terug. Scunthorpe vermaakte het aanwezige publiek nog met een wedstrijdje flaming-arseholes en iets ranzigs met een eitje. De dames van Wageningen lieten zien dat zij wel raad weten met een gevulde lul. Kortom 1 & al plezier en jolijt. Het eten was ook goed verzorgd; geen laffe bbq in de drup of onder een zielig zeiltje, maar Indisch eten van de Chinees, gebracht door mensen die verdacht veel op Vietnamezen leken. Lekker was 't wel. En d'r was genoeg. Toch een prestatie als je 't over 'n rugbytoernooitje hebt. Al met al een zeer geslaagde dag uit; Wageningen bedankt!
Als de lezer bij zichzelf denkt: "Scunthorpe? Waar ken ik dat van?", het volgende: Scunthorpe is een stad in het Noorden van Engeland beroemd om zijn staalfabrieken (Corus), maar dat is waarschijnlijk niet de reden van de "Waar ken ik dat van?". Scunthorpe is ook de thuisstad van AAC-ster Trisa Mahoney en de rugbyclub is de hare. Scunthorpe is ook al eens op bezoek geweest bij AAC, dus het was een gezellig weerzien met oude vrienden & vriendinnetjes (Trisa speelde zelf ook nog mee met Thor tegen de dames van Wageningen).
Voor diegenen die nog even gedag willen zeggen; ze zijn maandagmiddag in Amsterdam. Om preciezer te zijn; in Corso.
Houdoe,
Nick.
Bron: website AAC






