EEN JONGEMAN UIT BENNEKOM
Een jongeman uit Bennekom
vond in zijn tuin een vliegtuigbom.
Hij nodigde zijn vrienden uit om
dat ding te demonteren.
Op de begrafenis verscheen
van de genoemde vrienden geen.
Zij lagen met versplinterd been,
dat kwam van het exploderen.
refrein: Zo gaan we met z'n allen naar de bliksem toe.
Je kunt alleen niet zeggen waar, wanneer en hoe.
Maar wat doet het er ook toe.
Ach hoe zielig.
Op d'overweg hing dikke mist.
Een auto met zijn automobilist
die had zich eerst goed vergewist
en reed vol gas erhenen.
Geruisloos reed een dieseltrein,
terzelfdertijd een heel stuk lijn.
Ze bleken er gelijk te zijn.
Van marmer was de grafsteen.
Een sleepboot had een hele sjouw
en vorderde niet al te gauw.
De stuurman bond toen met een touw
de veiligheidsklep stevig.
Maar bij het wachten in de sluis
vergat hij 't touwtje per abuis.
De stuurman kwam toen nooit meer thuis.
De slag was nogal hevig.
Een juffrouw bakte fricandel
al op een peteroliestel.
Maar plotseling daar ging de bel
het was des buurmans gade.
Het oudste zoontje van zijn kant
vond juist de vlam heel interessant.
De volgende dag stond in de krant:
verzeek'ring dekt de schade.






