Verslag Herenuitje


Ede

‘k Woon in Ede, boze droom
Het leven is daar saai en sloom
En tevens woest. En tevens leeg
Zodat ik een depressie kreeg
En ook eczeem en wat niet al
Een maagsteen, nierzweer, haaruitval

’t Is geen dorp, ’t is geen stad
Maar een groot en gapend gat

De domheid schreeuwt er van de daken
Ongeschooldheid is in tel
Ze munten uit in herrie maken
Per man tienduizend decibel
Een gevoelig oor wordt aangerand
Daar in Ede, Gelderland

’t Is geen dorp, ’t is geen stad
Maar een groot en gapend gat

De mannen? Zware onderkaken
Dom. Luidruchtig. Grofbesnaard
Van de vrouwen moest ik braken
Hun dikke lijven, zwaar behaard
Ik kan persoonlijk niet genieten
Van een stel behaarde tieten

’t Is geen dorp, ’t is geen stad
Maar een groot en gapend gat

Elke burger, burgeres
Heeft er een woordenschat van zes
Hun dialect klinkt als de prut
Van een verstopte gootsteenput
Hun taalgebruik heeft er de zwier
De schoonheid van bevlekt toiletpapier

’t Is geen dorp, ’t is geen stad
Maar een groot en gapend gat

Als zich een grote knal laat horen
Veroorzaakt door een zware bom
Dan is aan Ede niks verloren
Als ik levend uit de krater kom

’t Is geen dorp, ’t is geen stad
Maar een groot en gapend gat

Laat commentaar achter